Instrumenten
Vijf praktische modellen voor elk essentieel onderdeel uit de natuurwetten
Introductie
Volgens de klassieke theorie van James Clerk Maxwell31 is licht een elektromagnetische golf. Dat ene inzicht verklaart een reeks ogenschijnlijk verschillende verschijnselen: waarom licht kan buigen rond obstakels (diffractie), waarom golven elkaar kunnen versterken of uitdoven (interferentie) en hoe licht in één richting kan worden geordend (polarisatie). Maar dat is niet het hele verhaal. De kwantumfysica laat zien dat licht zich óók gedraagt als een stroom van elementaire deeltjes: fotonen, elk met een discrete hoeveelheid energie. Afhankelijk van de vraag die we stellen en de schaal waarop we kijken hebben we het golfmodel nodig, of juist het deeltjesmodel. Geen van beide is ‘waar’ in absolute zin. Samen geven ze ons een werkbaar en rijk beeld van hoe licht zich gedraagt.
Precies zo moeten we kijken naar verandering in organisaties. In dit deel introduceren we een set praktische modellen die samen de basis vormen onder de natuurwetten van verandering. Het zijn geen abstracte theorieën voor academische debatten, maar werkmodellen die we daadwerkelijk hebben ingezet tijdens de transities bij Fokker en Accell. Elk model belicht een ander aspect van verandering, net zoals verschillende natuurkundige modellen elk een ander facet van licht zichtbaar maken. Soms vullen deze modellen elkaar naadloos aan. Soms lijken ze elkaar tegen te spreken. Dat is geen zwakte, maar juist hun kracht. In complexe systemen bestaat geen enkelvoudige waarheid. Wat werkt op individueel niveau, kan tekortschieten op teamniveau. Wat helpt bij strategische heroriëntatie, kan contraproductief zijn in de dagelijkse operatie. Deze modellen zijn dan ook niet absoluut en zeker niet uitputtend. Elk model dat in een bepaalde fase van een transformatie helpt om patronen te begrijpen, richting te geven of gericht te interveniëren, heeft zijn eigen waarde. De kunst is niet om het juiste model te kiezen, maar om het passende model te gebruiken – gegeven de situatie, het moment en het systeem waarin je opereert. Om die reden volgt elk hoofdstuk dezelfde structuur:
Achtergrond – wat je moet weten om het model te begrijpen;
Instrument – hoe het model werkt en wat het zichtbaar maakt;
Toepassing – hoe je het inzet in de dagelijkse praktijk, op de momenten die ertoe doen.
Zoals in de natuurkunde geldt ook hier: hoe beter je begrijpt welk model wanneer werkt, hoe effectiever je kunt handelen in een complexe werkelijkheid.
Hier vind je de instrumenten die wij in de praktijk gebruiken en hoe we ze toepasten:
- Veranderen — de verandercurve
- Presteren — Gallup Q12
- Teams — de vijf frustraties van teamwork (Lencioni)
- Organisatie — maturiteitsmodellen
- De reis van de held — lessen uit Hollywood